Leef Stationslocaties, kathedralen van de nieuwe tijd Blij in de Bijlmer Kust op de kaart Zuidelijke IJ-oever Amsterdam Werkgroep 2000 Servicenet Nationale Landschappen Le rouge et le noir Dagblad De Tijd Tango Milonguero Stichting Hoogbouw Industriegebouw De huid Rutten Communicatieadvies Don Giovanni The city and region success carrier Wolkenkrabbers in NY ECORYS NL Ernest Groosman NAW  Vrom Ministery Deuk in een pakje boter John Lautner Ignatiuscollege Katernen 2000 Vakblad BOUW  Waar is dingetje? Hoeksche Waard Architectuurnota 1990 Particulier opdrachtgeversschap en beeldregie ABN Amro hoofdkantoor Wonen in naoorlogse wijken Bouwcentrum Reis naar het einde van de nacht Brandpunt Logistieke Westas Nieuwbouw Tweede Kamer VNU BPA Tete Rusconi Graag of niet Arvo Pärt Verlangen naar romantische architectuur Ben Kroon Samen aan de slag met bedrijventerreinen Brabant Pers Olympisch Kwartier Durf
20 september 2014
Dorpje spelen
Midden jaren negentig was ik organisator en (eind)redacteur van het boek ‘Verlangen naar romantische architectuur’. BPF-Bouw als opdrachtgever van het boek zat in de maag met de verhuur van haar vrijesector-huurwoningen. Volgens BPF had dit niet alleen te maken had met de scheve prijsverhouding ten opzichte van hypothecair gesubsidieerde koopwoningen, maar ook met de vormgeving. De klant werd opgescheept met wit stucwerk-modernisme à la Mecanoo dat toen in de mode was. Hij en vooral zij wilden geen kil, anoniem modernisme maar warme, romantische architectuur.
Nu had ik als gewezen Bijlmer-believer en initiator van Stichting Hoogbouw zelf niks op met zoiets als romantische architectuur, maar vond het wel leuk om een steen in de vijver te gooien. Het werd tijd dat ook de klant in de bouw eens aan bod kwam. Het boek hakte er lekker in in het architectuurwereldje en vormde de opmaat voor een stroom aan retro-architectuur op de Vinex-locaties die net op stoom begonnen te komen. Brandevoort Helmond was en is daarvan het meest uitgesproken voorbeeld, maar alle Vinex en veel binnenstedelijke gebieden zijn de afgelopen decennia een speeltuin geworden voor romantische architectuur.
Het is daarom wel grappig dat het Planbureau voor de Leefomgeving samen met Amsterdam School of Real Estate onlangs een hernieuwd pleidooi hielden voor historiserende bouwstijlen. Volgens hun rapport ‘De waarde van stijl’ blijkt dat nieuwbouwwoningen op 86 Vinex-locaties met een historiserende bouwstijl 5 tot 14 procent duurder zijn dan andere woningtypen. Blijkbaar wordt nog steeds te weinig ingespeeld op de wensen van de klant en dat werkt prijsverhogend. Oorzaak volgens de auteurs: de modernistische smaak van de architectonische goegemeente en de monopoliepositie van enkele grote projectontwikkelaars op de Vinex.
Dat architecten hun eigen artistieke ding willen doen, is bekend. Of het juist is, is vers twee maar om nu de schuld bij de Bouwfondsen, AM’s en Heijmansen te leggen is wel heel sterk. Ontwikkelaars zijn per definitie opportunistisch; dus als de klant romantische architectuur wil, bouwen ze romantische architectuur. Als er al te weinig historiserend is gebouwd, is dat toch eerst en vooral te wijten aan de gemeentelijke professionals die zich veelal opstelden als bewaker van de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit en continuiteit op lange termijn en een broertje dood hadden aan modieus gedoe met sferen en leefstijlen.
Interessanter is waarom retro-architectuur blijkbaar nog steeds zo populair is en nu weer extra in de picture staat. In ‘Verlangen naar romantische architectuur’ schreef Alexander Tzonis een prachtig essay over het regionalisme als uitdrukking van de eigen culturele identiteit en de behoefte aan herkenbaarheid en menselijke maat. Denk daarbij aan het gebruik van regiogebonden elementen als flora, fauna, materialen, kleuren en licht. Daar is niks mis mee, maar daar hebben al die neoklassistische-, jaren dertig- en notariswoningen op de Vinex weinig mee te maken.
Romantiek is echter meer dan nostalgisch dorpje spelen achter een historiserende façade met kaarslicht en een goed glas wijn bij de open haard. De Romantiek heeft ook een donkere kant: die van nationalisme en uitsluiting zoals in de 19e eeuw is begonnen en zich in extremo sindsdien heeft voortgezet; eigen volk eerst dus. Helaas lost dorpje spelen niets op; niet in het persoonlijk leven – er wordt even hard gescheiden in retro – noch maatschappelijk; de Afrikanen blijven varen in hun bootjes. De ruimtelijke opgave van de toekomst is niet nationaal maar globaal en heeft te maken met de toenemende verstedelijking, immigratie, schaarste aan grondstoffen, congestie en zaken als klimaatverandering. Daarvoor innovatieve, aantrekkelijke oplossingen, concepten en een nieuwe beeldtaal bedenken is de opgave van de stedenbouw en architectuur.   

Reageer >

Gerard Molenaar - 02.10.2014 13:45 uur
Natuurlijk zitten achter al die retrogevels geen nationalisten, hoewel die er best zullen zijn. Natuurlijk moeten nieuwe, moderne - al dan niet hoog gebouwd - functionele ontwerpen een kans krijgen de consument te bereiken. Nederland leidt ook niet voor niets jaarlijkse zo veel architecten op. Natuurlijk moeten ontwerpers, bouwers en initiatiefnemers meer en nog beter naar de consument leren luisteren. Consumenten zijn nu eenmaal niet over een kam te scheren, voor ieder wat wils. Natuurlijk komen nieuwe stijlen/stromingen op, net als in bijvoorbeeld de (pop)muziek. Veel komt op en veel gaat teloor. Blijvende muziek, veelal het wat klassiekere repertoire -en dat in vele stromingen, van jazz tot country tot klassiek- voldoet kennelijk aan iets dat grotere klusters van consumenten aanspreekt. Dat geldt ook voor de bouwproductie. Natuurlijk 'dansen' de producenten allemaal het voorbeeld na, dat het eerder goed heeft gedaan. Maar misschien is de consument wel steeds eerder toe aan een nieuwe, meer eigen, individuele stijl. Maar is die er al wel? Waar kan de consument invloed uitoefenen op de producenten om die nieuwe Individuele stijl te ontwikkelen? OK dan gaat de consument maar mee met de flow en neemt genoegen met dat wat er gemaakt wordt en legt dan vervolgens zijn eigen accenten aan. Zo wordt het toch nog iets individueel, iets van je herkenbare zelf. Natuurlijk schuilt achter de retrogevel niet louter nationalisme of nostalgie. Eerder zit de Vinex-wijk vol met individualisme waaraan in de bouwproductie geen of in ieder geval weinig recht is gedaan. Of dat alles blijvend is? De tijd zal het leren. De verandering zal hem steeds meer gaan zitten in het beter luisteren en bedienen van de (ook ouder wordende) consument. Dit of die consument nu in Nederland woont, of komt wonen, milieu en klimaatbewust is, voldoende draagkracht heeft of niet. We moeten echter wel oppassen met de illusie dat we met de gebouwde omgeving maatschappelijke problemen kunnen tackelen. Dat laatste heeft juist de bouw van de Bijlmer ons gelerd.

Jos Jonkhof - 30.09.2014 13:39 uur
Opmerkelijk in verband met retro en romantiek is ook de hernieuwde aandacht voor Jane Jacobs, iconisch pleitbezorgster van de menselijk maat en de herbergzaamheid in de stad. Je ziet haar regelmatig aangehaald waar het gaat over het nieuwe modernisme in de stedebouw, waarbij Rotterdam het ultieme voorbeeld is van wat fout is gegaan. Recent nog in de NRC werd het ontbreken van de plint in de nieuwe torens op de Kop van Zuid nog beschreven in die termen. Er is in die benadering altijd wel een aspect dat aanspreekt, maar wat naar mijn gevoel steeds meespeelt - en hoe meer globalisering, hoe erger - is de hang naar nostalgie, een doorgaans slechte raadgever...