Leef Stationslocaties, kathedralen van de nieuwe tijd Blij in de Bijlmer Kust op de kaart Zuidelijke IJ-oever Amsterdam Werkgroep 2000 Servicenet Nationale Landschappen Le rouge et le noir Dagblad De Tijd Tango Milonguero Stichting Hoogbouw Industriegebouw De huid Rutten Communicatieadvies Don Giovanni The city and region success carrier Wolkenkrabbers in NY ECORYS NL Ernest Groosman NAW  Vrom Ministery Deuk in een pakje boter John Lautner Ignatiuscollege Katernen 2000 Vakblad BOUW  Waar is dingetje? Hoeksche Waard Architectuurnota 1990 Particulier opdrachtgeversschap en beeldregie ABN Amro hoofdkantoor Wonen in naoorlogse wijken Bouwcentrum Reis naar het einde van de nacht Brandpunt Logistieke Westas Nieuwbouw Tweede Kamer VNU BPA Tete Rusconi Graag of niet Arvo Pärt Verlangen naar romantische architectuur Ben Kroon Samen aan de slag met bedrijventerreinen Brabant Pers Olympisch Kwartier Durf
28 februari 2014
Hoogbouwtranen
Dertig jaar geleden werd Stichting Hoogbouw opgericht. Als toenmalig hoofdredacteur van het vakblad BOUW was ik een van de oprichters. Het initiatief sloeg in 1984 in als een bom. Hoogbouw was taboe en stond voor onpopulaire naoorlogse wijken als de Bijlmer, voor flatneurose, voor de ‘erectie van het grootkapitaal’. ‘Fascinatie van hoogbouw’ was de titel van de eerste publicatie van de stichting in 1984. Stichting Hoogbouw was vanaf de start een succesnummer, sindsdien is de skyline van de Nederlandse steden ingrijpend veranderd.
Achter de fascinatie van hoogbouw van de oprichters ging echter een andere agenda schuil. Natuurlijk vonden we wolkenkrabbers mooi; Koolhaas had net Delirious New York gepubliceerd. Maar eigenlijk ging het ons niet primair om hoogbouw. We waren recalcictrant en wilden een steen in de vijver gooien; het ging om een andere visie op de stad. Anno 1980 stond stedelijke ontwikkeling in Nederland gelijk aan volkshuisvesting, stadsvernieuwing, aan vier hoog ‘bouwen voor de buurt’. Stichting Hoogbouw stond voor de stad als motor van de economie en cultuur, voor een dynamische omgeving die aansloot op de behoeften van de groeiende groep één- en tweepersoonshuishoudens. Sinds begin jaren zestig had in ons land een demografische revolutie plaatsgevonden: van 60% gezinshuishoudens in 1960 naar 40% in 1980. In de grote steden ging het om meer dan 70% kleine huishoudens. Hoogbouw stond symbool voor levendige, multifunctionele wijken met veel voorzieningen voor de groep ‘nieuwe stedelingen’. Als extreme vorm van intensief ruimtegebruik was hoogbouw de spectaculaire uitdrukking van de stad van de toekomst. Hoogbouw als citymarketing dus.
Inmiddels heeft vrijwel ieder dorp zijn eigen toren. Maar ondanks dit succes is de oorspronkelijke missie van Stichting Hoogbouw niet of nauwelijks geslaagd. Vrijwel alle ‘hoogbouw’ (100 meter plus voor Nederlandse begrippen) betreft solitaire, monofunctionele gebouwen die niet of nauwelijks een bijdrage leveren aan de beoogde stedelijke dynamiek en beleving. Architectonisch, stedenbouwkundig en programmatisch vaak van een uiterst mager resultaat. Nog steeds eenzame erecties, al dan niet van het grootkapitaal.
Vorig jaar heb ik voor Stichting Hoogbouw aan een nieuwe missie voor de toekomst geschreven. Het soort solitaire hoogstandjes van de afgelopen decennia hebben, mede door de huidige crisis, hun tijd gehad. De stedelijke opgave voor de toekomst is niet om een spannende skyline te creëren voor zelfgenoegzame bedrijven of bewoners, maar om een aantrekkelijke omgeving te ontwikkelen met nieuwe vormen van werken, wonen en mobiliteit, in combinatie met nieuwe eigendomsvormen. Verdichting en mixed use vormen, net als in het verleden, sleutelwoorden. Alleen dan doet hoogbouw er toe. 
Het is daarom wel grappig dat de gemeente Amsterdam, bij monde van wethouder Van Poelgeest (Groen Links!) tranen met tuiten huilt, nu het Rijk de bouwhoogten op toplocaties vanwege nieuwe veiligheidsnormen voor het luchtverkeer naar Schiphol wil aanscherpen. De beoogde richtlijnen in het kader van de Structuurvisie Mainport Schiphol Haarlemmermeer (SMASH) beperken de bouwhoogten op veel plekken tot max. 60 tot 80 meter. Een groot aantal plannen voor Zuidas, Overhoeks, Amstelstation van 100m+ kunnen de ijskast in.
Natuurlijk is het allemaal belachelijk, want er staan al hogere torens; en neerstortende vliegtuigen maken er geen boogje omheen.
Maar is het ook erg? Gezien de praktijk van 30 jaar hoogbouw in Amsterdam hoeven we er geen traan om te laten. De Rembrandtoren, Adam’s eerste hoogbouwtrots, is een architectonisch monstrum. En Zuidas en Overhoeks zijn vervelende, winderige tochtgaten die niets met stedelijke dynamiek te maken hebben. De gemeente heeft ook geen visie op stedelijkheid en hoogbouw. In de nota ‘Hoogbouw in Amsterdam’ (2011) zijn termen als economie, cultuur, mixed use of levendigheid niet of nauwelijks te lezen. Behalve over ‘compacte stad’ (de ouwe doos) gaat het vooral over de verschijningsvorm en situering; het ‘silhouet’ van de stad. Kort door de bocht; geen hoogbouw in het Unesco-gebied of langs de A10 Noord. Zo’n stad verdient geen hoogbouw.
De nieuwe contouren voor Schiphol zijn daarmee een zegen. Net als de bestaande geluidscontouren trouwens die, als een soort Van Eesteren après-la-lettre, fungeren als ‘rode contouren’ voor stedelijke uitbreidingen en bewaker van de Amsterdamse scheggen. De contouren van SMASH bewaren ons voor een volgende generatie saaie hoogbouw die niets bijdraagt aan de stad. Het wordt tijd voor een nieuwe hoogbouwnota waarin niet silhouet en detaillering maar levendigheid en stedelijke programma’s uitgangspunten vormen. Misschien kan Stichting Hoogbouw het nieuwe gemeentebestuur een collegiaal adviesje geven.   

Reageer >

Jan Klerks - 06.03.2014 10:12 uur
Jan stelt terecht dat hoogbouw in Nederland vooral gebaseerd lijkt op uitingsdrang en stadsbeeld-wens, en niet zozeer een resultaat is van stedelijke dichtheden. Dat de realisatie van hoge gebouwen in bepaalde delen van Amsterdam nu onzeker is geworden is hooguit jammer maar niet bedreigend voor de ontwikkeling van een stad waarvan de aantrekkelijkheid van het stadsbeeld bepaald wordt door historie, kleinschaligheid en straatdrukte. De oorspronkelijke doelstelling van de Stichting Hoogbouw kwam voort uit de wens om de Nederlandse steden weer aantrekkelijk te maken door middel van hoogbouw. Eigenlijk is die doelstelling nog steeds actueel, in die zin dat we de stedelijke centra in Nederland aantrekkelijker denken te kunnen maken met een vorm van hoogbouw die niet zozeer uitblinkt in hoogte of architectuur, maar die ontworpen is op basis van wat de grootstedelijk ingestelde bewoner wil: een betaalbaar appartement op een plek waar het gebeurt, een stedelijk uitzicht, gedeelde bewonersvoorzieningen zoals werkplekken, een dakterras en een waardige entree, en buurtvoorzieningen zoals een barretje en een gemakswinkel in de buurt, of nog beter, in het gebouw zelf. Het zijn torens die zich in tegenstelling tot skyscrapers veel meer richten op verdichting en stedelijkheid in plaats van het zien en gezien worden, en worden daarom ook wel cityscrapers worden genoemd. Dit is een onderwerp waar we de komende tijd veel aandacht zullen gaan geven.

Gerard van Otterloo - 04.03.2014 19:17 uur
In 1970 vloog ik als 2 jaars student bouwkunde naar Amerika. In het vliegtuig naast mij zat een heel aardig meisje. We spraken haar studie (een jaar conservatorium in Nederland). Zij vertelde dat haar vader stedenbouwkundige was in Los Angelos. Wat ontwerpt hij zoal ? Hij ontwierp de begane gronden van hoogbouw. Inpassing van een hooggebouw op de begane grond was essentieel voor de bouwvergunning. Dat zou in Nederland ook zo moeten zijn.In Den Haag vindt ik de nieuwbouw van BIZA en Justitie redelijk goed geslaagd maar uiteindelijk ook heel minimalistisch met een klein parkje voor de deur. Op de kop van Zuid vindt ik het vaak huilen met de pet op. De ijs-as kent ik niet goed genoeg maar meeste plekken in Amsterdam die ik ken zijn van een grote treurigheid. Maar als optimist zou ik zeggen. Wij zijn halverwege de torens kunnen we nu al maken nu nog de stedenbouwkundige inpassing nog

rene strijland - 04.03.2014 18:13 uur
Ach Jan, de Babyboomers en jij in het, bijzonder hebben het echt goed gedaan hoor. Dat bouwen in Nederland. Hooguit wat teveel kantoren misschien maar de meeste hebben hun geld allang opgebracht. Alleen jammer voor de Duitse tandartsfondsen die ze als laatste te duur gekocht hebben. Wel te weinig snelwegen, dat is duidelijk, maar zie met Amsterdam-Utrecht laten we zien hoe het verder moet, en dat lukt ook wel weer. Grootste probleem is wel het restant PvdA-ers wat we in de branche nog hebben en die doelloos rond lopen op Geiedsontwikkelingsonferenties groeten uit Friesland Rene Strijland