Leef Stationslocaties, kathedralen van de nieuwe tijd Blij in de Bijlmer Kust op de kaart Zuidelijke IJ-oever Amsterdam Werkgroep 2000 Servicenet Nationale Landschappen Le rouge et le noir Dagblad De Tijd Tango Milonguero Stichting Hoogbouw Industriegebouw De huid Rutten Communicatieadvies Don Giovanni The city and region success carrier Wolkenkrabbers in NY ECORYS NL Ernest Groosman NAW  Vrom Ministery Deuk in een pakje boter John Lautner Ignatiuscollege Katernen 2000 Vakblad BOUW  Waar is dingetje? Hoeksche Waard Architectuurnota 1990 Particulier opdrachtgeversschap en beeldregie ABN Amro hoofdkantoor Wonen in naoorlogse wijken Bouwcentrum Reis naar het einde van de nacht Brandpunt Logistieke Westas Nieuwbouw Tweede Kamer VNU BPA Tete Rusconi Graag of niet Arvo Pärt Verlangen naar romantische architectuur Ben Kroon Samen aan de slag met bedrijventerreinen Brabant Pers Olympisch Kwartier Durf
22 juni 2012
Struggle for life
Natuur- en landschapsorganisaties moeten zich opmaken voor een keiharde struggle for life. Momenteel komt globaal een derde van het geld voor natuur en landschap uit de subsidiepot, een derde uit donaties en een derde uit de markt. De verwachting is dat de subsidies zullen halveren, donaties voorlopig gelijk blijven en de markt straks niet 33 procent maar ruim 45 procent van het geld moet ophoesten om in ieder geval de status quo te handhaven. Een en ander heeft ingrijpende consequenties voor de organisaties zelf en voor de manier waarop tegen natuur en landschap wordt aangekeken. Directeur Walter Kooy van Nationaal Groenfonds schokte de organisaties onlangs met de boodschap dat het tijd wordt om dor hout te kappen; organisaties moeten efficienter werken, samenwerken dan wel fuseren of gewoon ophouden te bestaan; survival of the fittest dus. De recente samenwerking tussen de 20 Nationale Landschappen en 20 Nationale Parken is een voorbeeld dat navolging verdient.  Dor hout kappen is overigens het makkelijkste. Lastiger is nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen die echt werken. Jarenlang was de hoop gericht op rood voor groen; d.w.z. afromen van winsten bij gebiedsontwikkelingen waaruit niet alleen het groen in de wijk maar ook in de omgeving kon worden gefinancierd. Nu de woningbouw, en met name het duurste segment, op zijn gat ligt, werkt deze formule niet meer. Meer perspectief biedt het soort projecten – ‘functionele natuur’ in de woorden van het Planbureau voor de Leefomgeving – die van overheidswege sowieso moeten gebeuren en waarop investeringen in natuur en landschap vanuit de markt, zoals van de recreatiesector, kunnen meeliften. Denk aan grindafgravingen of investeringen voor de waterveiligheid. Een groot probleem van goedwillende banken is echter hun groene fondsen te beleggen met rendabele projecten. Als het puntje bij het paaltje komt moet er toch steeds weer een bak subsidie bij of blijken er planologische beperkingen een spaak in het wiel te steken. Marktgericht investeren in natuur en landschap zal alleen lukken als politici, ambtenaren en natuurorganisaties bereid zijn creatief mee te denken en hun taboes op te heffen. Zo niet, dan gaan niet alleen zij zelf maar ook natuur en landschap kopje onder in de struggle for life. 
Reageer >